De meeste kinderen (96-97%) liggen aan het einde van de zwangerschap met het hoofd naar beneden. Dit heet een hoofdligging. Een hoofdligging is de ideale positie voor de geboorte. Een kind kan ook met de billen of benen naar beneden liggen, dit heet een stuitligging.

 

Hoe kan een kind in stuit liggen?

Baby’s bewegen regelmatig in het vruchtwater en veranderen vaak van ligging. Rond 30 weken zwangerschap ligt 25% van de kinderen in stuitligging. Rond de 36 weken is dit nog maar 3-4%. Er is meestal geen oorzaak voor de stuitligging.

Een stuitligging komt wel vaker voor bij een meerlingzwangerschap (tweelingen of drielingen), bij andere vormen van de baarmoeder en bij een placenta die voor de uitgang van de baarmoeder ligt.

Je verloskundige kan door aan de buik te voelen, bepalen hoe je kindje ligt. Als de verloskundige rond  35 weken zwangerschap twijfelt of je kind in stuitligging ligt, zal een echo plaatsvinden om te bevestigen of je kindje in een hoofd- of stuitligging ligt.  Ze kunnen dan ook kijken of het kind in stuiligging ligt met de voetjes naast de billen of dat één of beide voetjes naast het hoofd liggen.

 

Waarom is het beter dat het kind niet in stuitligging ligt?

Een hoofdligging is de ideale positie voor de geboorte. Het hoofdje is namelijk het grootste deel van het lichaam van de baby. Als het hoofdje geboren is, volgt de rest van het lichaam meestal vanzelf. Als het kind in stuitligging ligt, wordt het hoofd als laatste geboren. Dat kan soms lastiger zijn, omdat je bijvoorbeeld minder goed kan persen bij het laatste stukje. Ook kan het dat de ontsluiting onvoldoende vordert, doordat het hoofd niet op de baarmoedermond duwt, maar de billen.

Bij een stuitligging heb je hierdoor een grotere kans om te bevallen met een keizersnede. Ook heb je meer kans op complicaties voor jou of je baby: bijvoorbeeld dat het nodig is dat je baby tijdelijk opgenomen wordt op de kinderafdeling.

 

Mijn kindje ligt in stuit, en nu?

Je hebt de liggingsecho gehad en hierop was te zien dat je kindje in stuitligging ligt. Hieronder bespreken we wat je kunt doen:

  • Afwachten: je kindje kan mogelijk spontaan draaien naar een hoofdligging. De kans dat dit gaat gebeuren bij je eerste zwangerschap is klein en wordt steeds kleiner, omdat je kindje minder ruimte heeft om de draai te maken. Ook is vanzelf draaien als de voetjes naast het hoofd liggen lastiger dan als ze naast de billen liggen.
  • Moxatherapie of acupunctuur: bij deze therapie wordt de zijkant van de kleine teen verwarmd met een moxastick. De therapie kan ook worden uitgevoerd met naaldjes, dit noemen we acupunctuur. De verwarmende energie zorgt voor beweging in het kleine bekken. In het kleine bekken ligt ook de baarmoeder. Door de beweging in het kleine bekken wordt je kindje beweeglijk en gaat hij draaien. De behandeling is zeer veilig, eenvoudig en ook thuis uit te voeren met behulp van je partner. Vanaf de 33e week kun je beginnen met moxatherapie. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat moxatherapie tussen de 33 en 35 weken de kans vergroot dat het kind van stuitligging naar hoofdligging. Zonder moxatherapie is die kans iets minder dan 50%, met moxatherapie zo’n 75%.
  • Uitwendige versie: bij een uitwendige versie probeert iemand die hierin gespecialiseerd is (vaak een gynaecoloog, verloskundige of een combinatie van beiden) het kind uitwendig te draaien. Dit gebeurt onder geleide van een echoapparaat. Zo wordt goed in de gaten gehouden hoe je kind ligt. Het is belangrijk dat je je zoveel mogelijk probeert te ontspannen. Sommige gynaecologen adviseren om via een infuus een ontspanningsmiddel toe te dienen. Dat zorgt ervoor dat de baarmoeder ontspannen blijft. Dit gebeurt altijd in overleg met jullie. Een uitwendige versie kan vanaf de 35 weken uitgevoerd worden. De slagingskans is ongeveer 50%. Een uitwendige versie hoeft geen pijn te doen, maar het kan wel ongemakkelijk voelen of een beurs gevoel geven.
  • Als je wenst af te wachten of als het draaien niet is gelukt, kun je voor een zogenaamde stuitbevalling gaan. De gynaecoloog maakt samen met jou een afweging wat de grootste kans geeft op de beste uitkomsten voor jou en je kindje: een vaginale bevalling of een keizersnede. De uiteindelijke keuze is aan jou.

 

Liefs, Evi
Verloskundige (i.o.)

 

Bronnen