De hielprik wordt 72-168 uur (3-7 dagen) na de geboorte afgenomen. Er wordt bloed van de hiel van de baby afgenomen om te onderzoeken op 23 ziekten. Dit zijn zeer zeldzame maar wel ernstige erfelijke aandoeningen.

 

Het verschilt per regio door wie de hielprik wordt uitgevoerd. Vaak is dit je verloskundige of een wijkverpleegkundige die bij je thuis komt. Als de hielprik door de wijkverpleegkundige wordt afgenomen, gebeurt dit vaak in combinatie met de gehoortest. Wanneer je kind in het ziekenhuis ligt opgenomen, wordt de hielprik in het ziekenhuis uitgevoerd.

Hoe wordt het onderzoek uitgevoerd?

De hiel van het kind wordt verwarmd zodat de doorbloeding beter is. Er worden druppels bloed uit de hiel van het kind afgenomen en op een kaart gedruppeld. Deze kaart wordt opgestuurd naar het laboratorium, waar het bloed van het kind onderzocht wordt op 23 ziekten. Dit zijn zeer zeldzame maar wel ernstige erfelijke aandoeningen. Deze aandoeningen zijn bijvoorbeeld taaislijmziekte, erfelijke bloedarmoede, een schildklierafwijking, een ziekte van de bijnier en een aantal stofwisselingsziekten. Het doel is om de aandoening in een vroeg stadium op te sporen zodat deze snel behandeld kan worden. Behandeling kan bestaan uit medicatie of een dieet. De aandoeningen zijn met de behandeling niet te genezen, maar met een snelle start van de behandeling is ernstige lichamelijke en geestelijke schade bij het kind te voorkomen of te beperken.

Dragerschap

Bij het afnemen van de hielprik zal gevraagd worden of je wil weten of het kind drager is van sikkelcelziekte. Sikkelcelziekte is een ernstige vorm van bloedarmoede. Bij dragerschap is het kind  zelf niet ziek en zal de ziekte ook niet krijgen. Als het kind drager is, kan het de ziekte wel doorgeven aan eigen kinderen wanneer hij/zij een partner vindt die ook drager is. Als blijkt dat je kind drager is van sikkelcelziekte, betekent dit dat een van jullie als ouder ook drager is. Ook de ouder is dan niet ziek, maar heeft het dragerschap dus wel doorgegeven. Extra onderzoek bij jullie als ouder kan gewenst zijn. Wanneer jullie immers beide drager blijken te zijn, kunnen jullie een kind krijgen dat de ziekte wél heeft. Dit heeft mogelijk gevolgen voor jullie kinderwens. Jullie kunnen als ouders zelf beslissen of jullie willen worden ingelicht als jullie kind drager is. Wanneer je geen informatie wil over het dragerschap, zul je op de afnamekaart een handtekening moeten zetten.

Naast de vraag over het dragerschap van sikkelcelziekte zal gevraagd worden of het bloed dat na het onderzoek over is, gebruikt mag worden voor wetenschappelijk onderzoek. Dit gebeurt anoniem. Als je hiermee akkoord gaat wordt het bloed vijf jaar bewaard. Na vijf jaar wordt het bloed vernietigd.
Als je bezwaar hebt dat het bloed anoniem gebruikt wordt voor wetenschappelijk onderzoek, dan moet je dit aangeven. Je zal dan een handtekening moeten zetten op de hielprikkaart. Het bloed wordt dan een jaar bewaard om het onderzoek te kunnen controleren. Het bewaren gebeurt gescheiden van de persoonsgegevens. Na een jaar wordt het bloed vernietigd.

De uitslag

De uitslag is binnen vijf weken bekend, je wordt hier altijd over geïnformeerd. Als het onderzoek mislukt is, hoor je dit binnen twee weken en zal de hielprik opnieuw worden afgenomen. Dit zegt niets over een eventueel aanwezige aandoening.

Wanneer je de uitslag krijgt dat er mogelijk een aandoening is gevonden, word je door je huisarts ingelicht. Je wordt verwezen naar een kinderarts en er zal vervolgonderzoek worden ingezet. Hierna kan blijken dat het kind de aandoening heeft of dat het kind de aandoening toch niet heeft. Vervolgonderzoek is dus nodig om meer duidelijkheid te krijgen.

Kosten

De uitvoering van de hielprik is kosteloos. Het is niet verplicht om je kind te laten onderzoeken met de hielprik, je mag hiervoor kiezen. Als je de hielprik niet wil laten uitvoeren, geef je dit aan. Het wordt genoteerd op de hielprikkaart.

Liefs, Valerie
Verloskundige

 

Meer informatie
www.rivm.nl/Onderwerpen/H/Hielprik
https://www.pns.nl/hielprik